Een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Scheiden is een zeer ingrijpende gebeurtenis, zowel in het leven van u beiden als dat van uw kinderen. Een scheiding brengt veel onzekerheden mee. Vragen als ‘moeten we verhuizen?’, ‘kunnen we twee huishoudens wel betalen?’ en ‘hoe houd ik goed contact met mijn kinderen?’ spelen vaak een rol. Daarbij horen allerlei emoties.
Het is in zo’n situatie belangrijk om snel begeleiding in te schakelen. Zo voorkomt u dat het proces ontspoort, en krijgt u hulp om de scheiding in goede banen te leiden.
Een goed begin kan het halve werk zijn, daarom kijken we altijd eerst of de ex-partners in gezamenlijk overleg tot een regeling kunnen komen. Als dat geen optie blijkt, dan kan door middel van mediation worden gezocht naar oplossingen die voor alle betrokkenen acceptabel zijn. Lukt dat niet, dan staan wij u bij in een inhoudelijke procedure bij de rechter.
Hieronder beschrijven wij hoe het vermogen tussen partners verdeeld wordt in het geval van een echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap of de beeindiging van een samenwoning.
Gemeenschap van goederen
Indien er voor of tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap bij de notaris geen huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden zijn afgesloten, is er sprake van gemeenschap van goederen. Wat er binnen die gemeenschap valt hangt af van de huwelijksdatum. Als u voor 2018 getrouwd bent, is er sprake van een algehele gemeenschap van goederen. Vanaf 1 januari 2018 ontstaat een beperkte gemeenschap van goederen.
Algehele gemeenschap van goederen (voor 2018)
Bij een algehele gemeenschap van goederen zijn alle bezittingen en schulden gezamenlijk, ook als de andere echtgenoot niet op de hoogte was van het bestaan of er verder niets mee te maken had.
Op deze regel bestaan uitzonderingen. Bijvoorbeeld wanneer een erfenis of schenking onder ‘uitsluitingsclausule’ is ontvangen.
Om te beoordelen wat er te verdelen is, wordt gekeken naar wat er aanwezig is op de dag waarop het echtscheidingsverzoekschrift bij de rechtbank is ingeschreven. Alles wat na die datum wordt verkregen of geleend, blijft voor eigen rekening.
Over de afwikkeling van het huwelijksvermogen kunnen in onderling overleg andere afspraken worden gemaakt. Lukt dat niet, dan kan de rechter een uitspraak doen over de manier waarop de gemeenschap van goederen zal worden verdeeld.
Voor de officiële verdeling van bepaalde zaken, zoals een eigen huis of aandelen in een BV, moeten extra formaliteiten worden uitgevoerd en moet een notaris worden ingeschakeld.
Beperkte wettelijke gemeenschap van goederen (vanaf 1 januari 2018)
Bij een beperkte gemeenschap van goederen zijn alle bezittingen en schulden die vanaf de huwelijksdatum worden verkregen gezamenlijk, ook als de andere echtgenoot niet op de hoogte was van het bestaan of er verder niets mee te maken had.
Op deze regel bestaan uitzonderingen. Alle erfenissen of schenkingen vallen bijvoorbeeld buiten de gemeenschap, tenzij er sprake is van een ‘insluitingsclausule’. Binnen de gemeenschap vallen wel alle goederen en schulden die voor de huwelijksdatum al op beider naam stonden.
Om te beoordelen wat er te verdelen is, wordt gekeken naar wat er aanwezig is op de dag waarop het echtscheidingsverzoekschrift bij de rechtbank is ingeschreven. Alles wat na die datum wordt verkregen of geleend, blijft voor eigen rekening.
Over de afwikkeling van het huwelijksvermogen kunnen in onderling overleg andere afspraken worden gemaakt. Lukt dat niet, dan kan de rechter een uitspraak doen de manier waarop de gemeenschap van goederen zal worden verdeeld.
Voor de officiële verdeling van bepaalde zaken, zoals een eigen huis of aandelen in een BV, moeten extra formaliteiten worden uitgevoerd en moet een notaris worden ingeschakeld.
Huwelijkse voorwaarden
Is er sprake van huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden, of van een samenlevingscontract? Dan hangt de afwikkeling van het vermogen af van wat in die voorwaarden is afgesproken. Iedere akte huwelijkse voorwaarden is uniek en dient afzonderlijk beoordeeld te worden.
In veel huwelijkse voorwaarden is opgenomen dat de echtgenoten jaarlijks met elkaar het deel van het inkomen dat niet is uitgegeven moeten verrekenen (‘periodiek verrekenbeding’). In de meeste gevallen is hieraan tijdens het huwelijk geen uitvoering gegeven. Inmiddels is in de wet vastgesteld dat die afrekening dan alsnog aan het eind van het huwelijk moet gebeuren.
Wilt u duidelijkheid over uw positie? Neem contact met ons op, wij adviseren u graag.








